ZUTPHEN - De rechtbank veroordeelt een 35-jarige man uit Zutphen voor het handelen in hard- en softdrugs, het bezit van diverse soorten drugs en het bezit van meerdere (vuur)wapens. De man krijgt een gevangenisstraf van 12 maanden, waarvan 4 maanden voorwaardelijk.

De feiten vonden plaats tussen 10 maart 2025 en 10 september 2025. Na een melding dat de man drugs in zijn woning zou hebben liggen, deed de politie op 10 september 2025 een inval. Verspreid door de woning trof de politie bijna 5 kilo aan harddrugs aan, waaronder amfetamine en cocaïne. Daarnaast vond de politie ook een hoeveelheid 2-MMC en ruim een kilo hennep.

Drugshandel

De man bekende dat hij de drugs in zijn woning had liggen, maar verklaarde dat hij deze alleen zou hebben opgeslagen. De rechtbank volgt die verklaring niet. Er is voldoende bewijs dat de man ruim 6 maanden lang actief in drugs handelde. Zo werden in zijn woning en auto twee telefoons gevonden waarop gesprekken stonden over de verkoop van drugs. In deze gesprekken werd gesproken over hoeveelheden, prijzen en het ophalen van de drugs door afnemers.

Naast de drugs trof de politie in de schuur bij de woning twee vuurwapens, een gaspistool en bijbehorende munitie aan. Ook werd een nepwapen gevonden dat nauwelijks te onderscheiden was van een echt vuurwapen.

Toch cel in

Bij de strafbepaling houdt de rechtbank rekening met het feit dat de man niet eerder is veroordeeld voor Opiumwet- of wapenfeiten. Ook weegt mee dat hij tijdens de schorsing van zijn voorlopige hechtenis meewerkte aan de opgelegde voorwaarden, behandeling wil volgen en concrete plannen heeft om zijn opleiding te hervatten.

Toch oordeelt de rechtbank dat vanwege de ernst en de hoeveelheid van de drugsfeiten een onvoorwaardelijke gevangenisstraf noodzakelijk is. Een straf gelijk aan het voorarrest , zoals door zijn advocaat was verzocht, is volgens de rechtbank onvoldoende. Wel ziet zij aanleiding om een lagere straf op te leggen dan door het Openbaar Ministerie was geëist.

Voorwaarden

Voor het voorwaardelijke deel van de straf geldt een proeftijd van 3 jaar. Tijdens deze proeftijd moet de man zich melden bij de reclassering, een gedragsinterventie cognitieve vaardigheden volgen en zich ambulant laten behandelen om het risico op herhaling te verminderen.