Drie slachtoffers in een grote zedenzaak in Apeldoorn probeerden met een kort geding te voorkomen dat hun vierde zus een boek over haar leven publiceert. De drie zussen vorderen inzage in het manuscript en een (tijdelijk) publicatieverbod.
Afweging tussen twee grondrechten
De voorzieningenrechter moest een afweging maken tussen twee grondrechten: het recht van de zussen op privacy en het recht van de auteurs en de uitgever op vrijheid van meningsuiting. Volgens vaste (Europese) rechtspraak mag de toetsing van de eventuele onrechtmatigheid van een publicatie in beginsel pas na verschijnen plaatsvinden. Alleen als er voldoende bekend is over de inhoud van de publicatie en er sprake is van zeer uitzonderlijke omstandigheden kán de voorzieningenrechter vooraf ingrijpen.
Volledige inhoud boek onbekend
Omdat de volledige inhoud van het boek nog niet bekend is, kan de voorzieningenrechter niet vaststellen dat de publicatie onrechtmatig is. Volgens Annemieke heeft zij bovendien alleen in algemene zin over de zussen geschreven, zonder daarbij details of strafrechtelijk relevante informatie te delen. De angst van de zussen om met de personages in verband te worden gebracht is zonder meer voorstelbaar. Maar de vonnissen in de strafzaken van de ouders zijn gepubliceerd en de zaak heeft in de media veel aandacht gekregen. De voorzieningenrechter kan op basis van wat nu bekend is over de inhoud van het boek niet vaststellen dat dit onrechtmatig zal zijn tegen de zussen.
Zwaarwegend belang
De mogelijkheid dat de advocaten van de ouders in de strafzaken in hoger beroep nieuwe verzoeken zullen doen om de zussen naar aanleiding van (of specifiek over) het boek opnieuw als getuige te horen, maakt dit niet anders. De voorzieningenrechter begrijpt dat dit veel impact zal hebben en mentaal zeer belastend zal zijn voor de zussen, maar dat de inhoud van het boek doorslaggevend zal zijn voor het indienen van die verzoeken of voor toewijzing daarvan door het gerechtshof is niet gebleken. Die omstandigheid is niet zwaarwegend genoeg om de vergaande inbreuk op het recht van vrijheid van meningsuiting te rechtvaardigen.

20.2 ℃














