APELDOORN - De rechtbank veroordeelt een 42-jarige man uit Apeldoorn voor het doodsteken van een 37-jarige plaatsgenoot. Dit gebeurde in de woning van het slachtoffer in Apeldoorn. De rechtbank veroordeelt de 42-jarige man tot een gevangenisstraf van 4 jaar. Daarbij legt ze aan hem de maatregel van tbs met dwangverpleging op.

Doodslag

De 42-jarige man en het slachtoffer gebruikten in de dagen voor de steekpartij samen drank en drugs. In de nacht van 27 op 28 juni 2025 kregen zij ruzie met elkaar. De man stak het slachtoffer 24 keer en sneed hem 10 keer. Tien van deze letsels bleken uiteindelijk fataal – het slachtoffer overleed diezelfde nacht aan zijn verwondingen.

De rechtbank kan niet uit het dossier afleiden dat de man een weloverwogen besluit had gemaakt om het slachtoffer te doden. De rechtbank spreekt de man daarom vrij van moord, maar veroordeelt hem wel voor de doodslag. Volgens de rechtbank blijkt uit het handelen van de man blijkt dat hij opzet had op de dood van het slachtoffer.

Geen sprake van noodweer(exces)

De man verklaarde dat hij het slachtoffer aansprak omdat hij spullen kwijt was. De man verklaarde dat het slachtoffer een mes pakte, dat hij zou hebben afgepakt. Vervolgens stak de man - naar eigen zeggen vanuit zelfverdediging – het slachtoffer met het mes.

De rechtbank vindt het noodweer scenario onvoldoende aannemelijk geworden. Het enige bewijs voor dit scenario zijn de eigen verklaringen van de man. De verklaringen van de man waren wisselend en inconsistent op cruciale punten, bijvoorbeeld over welk letsel de man zelf zou hebben opgelopen en hoe de aanval begon. Het letsel dat bij de man werd gevonden, kon niet als ondersteunend bewijs voor het noodweerscenario dienen. De man kon dat letsel ook opgelopen hebben tijdens een confrontatie die hij zelf had veroorzaakt.

De rechtbank vindt dat de vele steek- en snijletsels bij het slachtoffer en de verklaringen van de man meer wijzen op een aanval en confrontatie vanuit hemzelf. De rechtbank vindt het niet aannemelijk geworden dat er een noodweersituatie was en verwerpt het verweer op zowel noodweer als noodweerexces.

Tbs

Hoewel de man niet meewerkte aan onderzoek naar zijn persoon en deskundigen dus geen advies konden geven over de psychische toestand van de man, ziet de rechtbank in het dossier voldoende aanknopingspunten om tot het oordeel te komen dat bij hem sprake was van een psychische stoornis die tijdens het delict aanwezig was. Het terugdringen van het hoge herhalingsgevaar kan alleen worden bereikt door middel van een langdurige klinische behandeling in een voldoende beveiligde omgeving. De rechtbank legt aan de man de tbs-maatregel met dwangverpleging op.

Celstraf

Kijkend naar de ernst van het delict vindt de rechtbank het noodzakelijk dat aan de man een gevangenisstraf wordt opgelegd. Bij het bepalen van de strafduur kijkt de rechtbank naar straffen die in min of meer soortgelijke zaken zijn opgelegd. Verder heeft de verminderde mate van toerekeningsvatbaarheid van de man een matigende invloed op de straf.

Alles afwegend is volgens de rechtbank een celstraf van 4 jaar passend. Dat de rechtbank tot een lagere gevangenisstraf komt dan de eis van de officier van justite, ligt er vooral aan dat een tbs-maatregel ook (een aanzienlijke) vrijheidsbeneming met zich meebrengt. Volgens de rechtbank is het daarnaast in het belang van zowel de man als de maatschappij dat de man op relatief korte termijn zal starten met een behandeling.

Schadevergoeding

Tot slot moet de man een bedrag van ruim 35 duizend euro betalen aan de ouders van het slachtoffer.